Aanpak Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw op campus

Nieuws

Aanpak Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw op campus

Gepubliceerd op
18 september 2019

Op Wageningen Campus komen op diverse plekken de invasieve soorten Japanse duizendknoop en de reuzenbereklauw voor. De Japanse duizendknoop beschadigt met zijn sterke, diep groeiende wortels gebouwen en wegen en verdringt andere planten. De reuzenbereklauw scheidt bij aanraking stoffen af die brandwonden veroorzaken.

In overleg met groenbeheer en WUR-onderzoeker Chris van Dijk is een aanpak bedacht om deze soorten op de campus zoveel mogelijk terug te dringen en in toom te houden zonder gebruik van biociden. Op sommige plekken wordt binnenkort Japanse duizendknoop afgegraven en worden jonge planten van de reuzenbereklauw onder het groeipunt weggestoken. Ook worden waarschuwingsbordjes geplaatst op plekken waar veel reuzenberenklauw voorkomt.

Chris van Dijk werkt als senior-onderzoeker bij Wageningen Plant Research onder andere aan duurzame science-based groenbeheermethoden voor de openbare ruimte en adviseert overheden en bedrijven over het beheersen van invasieve exoten.

Reuzenberenklauw

Reuzenberenklauw (Hieracleum mantegazzianum) is een plant met enorm grote witte bloemschermen, die in de 19e eeuw vanuit Azië als tuinplant is ingevoerd. Op dit moment worden de gedroogde bloemschermen nog steeds als decoratie aangeboden. Reuzenberenklauw lijkt veel op de inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), maar is een flink stuk groterZe kunnen wel 4 meter hoog worden. Het sap van de plant kan blaren veroorzaken.

Grond afgedekt met plastic bij Droevendaalsesteeg
Grond afgedekt met plastic bij Droevendaalsesteeg

De aanpak van reuzenberenklauw is gericht op uitroeiing vanwege de gezondheidsrisico’s. Sinds 2016 is het ook wettelijk verplicht de reuzenberenklauw te beheersen (uitwerking van EU-verordening invasieve exoten). Dat betekent dat hij niet mag bloeien. Met de gangbare methoden, maaien of bloemknoppen verwijderen, is dat niet mogelijk. Als een plant wordt gemist, produceert die al gauw weer 10-20.000 zaden!  

Op de campus is er daarom voor gekozen de planten (handmatig) onder het groeipunt af steken en af te voeren. Dit gebeurt diverse malen per jaar, want de planten blijven gedurende het hele seizoen opkomen. Langzaam maar zeker zal dit minder worden, maar dan zijn we een paar jaar verder. Ook daarna blijft het oppassen, want de zaadvoorraad in de bodem is enorm.

Japanse duizendknoop

In dezelfde periode als de reuzenberenklauw is de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) ingevoerd. Probleem van deze plant is dat hij met zijn sterke, snel en diep groeiende wortels schade kan aanrichten aan wegen en gebouwen. In natuurgebieden verdringt hij de inheemse flora. De plant zaait zich niet uit, maar kleine stukjes wortel of plantdelen slaan gemakkelijk aan als ze een stukje grond vinden. Verplaatsing van grond of maaisel is daarom een belangrijke oorzaak van verspreiding.

Werk rond de boom (Liquidambar)
Werk rond de boom (Liquidambar)

De Japanse duizendknoop is nooit helemaal uit te roeien. Met de gangbare methode, 2 maal per seizoen apart maaien, afvoeren en vernietigen, wordt uitbreiding het beste vertraagd en verspreiding voorkomen. Omdat op de campus twee plekken in het zicht staan, is besloten hier een meer rigoureuze methode toe te passen om de plant voor langere tijd onder de duim te krijgen.

Langs de slootkant aan de Droevendaalsesteeg, ter hoogte van Radix, zal de bovenlaag worden afgegraven, afgevoerd en vernietigd. Op de kale grond komt dik plastic dat met klei wordt afgedekt en ingezaaid met gras. Om te voorkomen dat hier mensen op gaan staan en de laag weg glijdt, zal een hek worden geplaatst. Verderop richting Atlas, rond een Liquidambar op een heuveltje dat besmet is met Japanse duizendknoop, wordt een vergelijkbare methode toegepast. Alleen komt hier doek op dat water doorlaat, zodat de (gedenk)boom de behandeling kan overleven. Het doek blijft minimaal 4 tot 5 jaar liggen.