Bloesem

Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van deze rijkdommen is in 2010 aangenomen, ter aanvulling op het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD).

Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 in werking getreden. De doelstelling van het Nagoya Protocol is de eerlijke en billijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen en daarmee verbonden traditionele kennis. Het protocol richt zich op het verschaffen van een transparant wettelijk kader voor toegang en verdeling van de voordelen, om naleving door zowel leveranciers als gebruikers van genetische bronnen te bevorderen.

Protocol bij de CBD

Het doel van het Nagoya Protocol is om een transparant wettelijk kader te bieden voor de effectieve implementatie van een van de drie doelstellingen van de CBD, namelijk de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen. De bedoeling is om de rechtszekerheid en transparantie voor zowel leveranciers als gebruikers van genetische bronnen te vergroten, door:

  • duidelijkere voorwaarden voor toegang tot genetische bronnen in te stellen;
  • te helpen waarborgen dat voordelen gedeeld worden als genetische bronnen een land verlaten om in een ander land te worden gebruikt. Hierbij gaat het om landen die aangesloten zijn bij het Protocol (Contracting Parties).

Werkingssfeer

Het Nagoya Protocol is van toepassing op genetische bronnen die onder de CBD vallen, en op de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van deze bronnen. Het protocol heeft ook betrekking op traditionele kennis over genetische bronnen die onder de CBD vallen, en de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van die kennis. Het Nagoya Protocol verstaat onder het gebruik van genetische bronnen het onderzoeken en ontwikkelen van de genetische en/of biochemische samenstelling van genetische bronnen, door toepassing van biotechnologie dan wel andere methoden. Partijen die geen onderzoek en ontwikkeling doen worden niet beschouwd als gebruikers in de zin zoals bedoeld in het Nagoya Protocol. De bepalingen van het Nagoya Protocol zijn slechts bindend voor het gebruik van genetische bronnen die verkregen zijn van andere landen die ook partij zijn bij het Protocol.

Drie pijlers

Het Nagoya Protocol rust op drie pijlers: maatregelen met betrekking tot toegang, maatregelen met betrekking tot de verdeling van voordelen, en maatregelen met betrekking tot de naleving.

Toegang tot genetische bronnen

Nationale maatregelen voor toegang tot genetische bronnen zijn bedoeld om:

  • rechtszekerheid, duidelijkheid en transparantie te scheppen;
  • eerlijke, systematische regels en procedures te verschaffen;
  • duidelijke regels en procedures in te stellen voor voorafgaande geïnformeerde toestemming (prior informed consent, PIC) en onderling overeengekomen voorwaarden (mutually agreed terms, MAT’s);
  • te zorgen dat een vergunning of gelijkwaardig document wordt verstrekt als bewijs dat PIC is verleend;
  • voorwaarden te scheppen ter bevordering en aanmoediging van onderzoek dat bijdraagt aan het behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit;
  • naar behoren rekening te houden met actuele of op handen zijnde noodsituaties die een bedreiging vormen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten;
  • het belang van genetische bronnen voor voedsel en landbouw voor de voedselzekerheid in acht te nemen.

Verdeling van voordelen

Nationale maatregelen met betrekking tot de verdeling van voordelen moeten ervoor zorgen dat de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen eerlijk en billijk worden gedeeld met de Verdragsluitende Partij die de genetische bronnen heeft geleverd. Onder gebruik wordt verstaan het onderzoeken en ontwikkelen van de genetische en/of biochemische samenstelling van genetische bronnen, en de daaropvolgende toepassingen en commerciële exploitatie. Verdeling van de voordelen vindt plaats op basis van onderling overeengekomen voorwaarden (MAT’s). Voordelen kunnen financieel (zoals royalty’s) of niet-financieel (zoals onderzoeksresultaten) van aard zijn.

Naleving

Een belangrijk, vernieuwend aspect van het Nagoya Protocol is dat het specifieke verplichtingen oplegt om naleving van het Protocol te bevorderen, zowel in de vorm van nationale wet- en regelgeving in aangesloten landen die genetische bronnen leveren, als contractuele verplichtingen tussen leveranciers en gebruikers in de vorm van onderling overeengekomen voorwaarden. De aangesloten landen (Contracting Parties) worden aangespoord om:

  • maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de binnen hun jurisdictie gebruikte
    genetische bronnen zijn verkregen met voorafgaande geïnformeerde toestemming, en dat onderling overeengekomen voorwaarden zijn afgesloten overeenkomstig de regels van andere aangesloten landen;
  • samen te werken in geval van vermeende schending van de regels van andere aangesloten landen;
  • te bevorderen dat in de onderling overeengekomen voorwaarden bepalingen
    worden opgenomen met betrekking tot het oplossen van geschillen;
  • te zorgen dat hun rechtssysteem de mogelijkheid biedt om juridisch verhaal te halen als er geschillen ontstaan op basis van onderling
    overeengekomen voorwaarden;
  • maatregelen te nemen die toegang tot het rechtssysteem waarborgen;
  • maatregelen te nemen om toezicht te houden op het gebruik van genetische bronnen nadat deze de jurisdictie hebben verlaten van het land dat die bronnen heeft geleverd.

Relatie met het Internationale Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw (ITPGRFA)

Artikel 4 van het Nagoya Protocol bepaalt hoe het protocol zich verhoudt tot andere internationale verdragen en instrumenten. Dit artikel stelt onder andere het volgende: “De bepalingen in dit Protocol laten onverlet de rechten en verplichtingen die Verdragsluitende Partijen ontlenen aan bestaande internationale verdragen [...] Deze paragraaf is niet bedoeld om een hiërarchie te scheppen tussen dit Protocol en andere internationale instrumenten”, en “[...] Indien er een gespecialiseerd internationaal instrument voor toegang en verdeling van voordelen van toepassing is, [...], dan is dit protocol niet van toepassing voor de Partij of Partijen bij dat gespecialiseerde instrument [...].” Met andere woorden, waar het ITPGRFA van toepassing is, is het Protocol dat niet. Dat geldt ook in het geval dat in de toekomst andere specifieke instrumenten voor toegang en verdeling van voordelen worden ontwikkeld.